Filed under Algemeen

Mooie recensie

Soms word je aangenaam verrast. Bijvoorbeeld door een mooie recensie zoals deze.
Daar schrijf je boeken voor…

recensie

Het is zover. Vanaf volgende week ligt mijn boek ‘Iedereen kan presenteren‘ in de winkel.

 

 

Vandaag de cover van uitgeverij Bruna gekregen voor mijn nieuwe boek. Altijd leuk!

COVER3

Het PLAIN-congres.

Starring: me.

photo1photo6 photo4

 

 

 

 

Een kort filmpje van mijn optreden

A theory of not reading

‘What we need,’ sprak Karen Shriver van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh, ‘is a theory of not reading.’

Ik vond dat een interessante uitspraak. Het hele PLAIN-congres staat namelijk in het teken van hoe we tekst eenvoudiger kunnen maken. Maar voorafgaand aan het gaan lezen, gaat natuurlijk het willen lezen. Veel lezers zakt de moed al in de schoenen als ze alleen al naar een ingewikkelde tekst kijken.

Daarom is het zinvol om na te denken over waarom mensen niet gaan lezen. Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn. Wat in ieder geval voor elk mens geldt, is ‘the law of the least effort’. Met andere woorden: lezers kiezen altijd de weg van de minste weerstand om aan informatie te komen. Zodra de weg te moeilijk lijkt, haken ze al af.

En de beslissing om een tekst wel of niet te gaan lezen, nemen ze al binnen 50 milliseconden. Dat was overigens nieuw voor mij. Ik dacht dat een lezer er toch wel een seconde of drie over zou doen. Maar uit de onderzoeken blijkt dat dit proces nog sneller gaat. Alles gaat tegenwoordig steeds maar sneller, verzuchtte de oude man …

Maar goed, deze supersnelle beslissing onderschrijft, volgens Shriver, dat de keuze om wel of niet te gaan lezen geen rationele beslissing is, maar een emotionele. Dat blijkt niet alleen uit de snelheid van beslissen, maar ook uit haar neurologisch onderzoek. Hierbij heeft beste Karen vastgesteld welke hersengebieden actief zijn bij het nemen van deze beslissing.

En daarbij komt dat deze beslissing is gebaseerd op een eindeloze reeks variabelen. Dat kan op basis van de lay-out van de tekst zijn, het moment waarop de lezer de tekst ziet, de lengte van de tekst, het lettertype, het medium, de zinslengte, de gemoedstoestand van de lezer, noem maar op.

De redenen om niet te gaan lezen zijn zo talrijk, dat het dan ook meteen lastig wordt om een theorie over het niet-lezen op te stellen.

Daar komt nog eens bovenop dat alle zekerheden die we dachten te hebben, weer op losse schroeven staan. Dachten we (na jarenlang uitputtend onderzoek) dat een lettertype met schreefaantrekkelijker is dan dat zonder schreef, blijkt nu weer dat dit geen bal uitmaakt, maar dat juist de spatiëring van beslissende invloed is. (Tjonge, en ik wilde net rustig gaan slapen in de wetenschap dat de wereld een ordelijke plaats is met in ieder geval één zekerheid: een letter met schreef is duidelijk. Maar nee, alles moet weer op z’n kop …)

Hadden we eerst de zekerheid dat nominaties de lezer afschrikken, blijkt ook dat een fabel. In situaties waarbij de lezer weet dat hij zelf het onderwerp is, schijnt het niets uit te maken als je de tekst volstopt met nominalisaties.

Waren we er zeker van dat opsommingen altijd goed waren. Mis! Alleen als ze semantisch zijn gegroepeerd. En dan alleen nog maar in sommige situaties voor sommige doelgroepen.

Zucht … Ik vermoed dat een theorie van het niet-lezen nog lang op zich laat wachten.

En na al de theoretische prietpraat van de ene onderzoeker na de andere wetenschapper, ben ik geneigd te zeggen: misschien is de tijd gekomen voor helemaal geen theorie over lezen. Met gewoon logisch nadenken, kom je ook al een heel eind.

Ik zeg: leve het gezonde verstand!

 

Wilt u alstublieft deze tekst begrijpen

Een grappig voorval tijdens het congres.

Een van de sprekers, psycholoog Mark Hochhauser, wond zich enorm op over de zin ‘Please read and understand this document’. Deze zin staat in de VS vaak boven een juridisch document.

Zijn opwinding ging erover dat je als schrijver niet kunt afdwingen dat iemand iets begrijpt door dit er simpelweg op te zetten.

Ik ben wel geneigd de beste man gelijk te geven. Als je de zin vertaalt, wordt ook wel duidelijk waarom.

‘Wilt u alstublieft deze tekst lezen en begrijpen.’

Klinkt inderdaad nogal achterlijk.

Hochhauser wond zich op, omdat de schrijvers hier van het ‘one size fits all’-principe uitgaan. Dat één tekst door iedereen begrepen kan worden. Hij bestrijdt dat. En hij is gerechtigd om dat te doen, want hij doet uitgebreid onderzoek naar hoe het leesproces in onze hersenen werkt.

‘Het is al een misvatting dat mensen allemaal even goed kunnen lezen. Maar een nog grotere misvatting is dat een mens heel zijn leven lang even goed kan lezen.’

Zo blijkt het simpelweg ouder worden van je hersenen van grote invloed op je tekstbegrip. Maar bijvoorbeeld ook de menopauze is van invloed. Of een chemotherapie. Of een ernstige ziekte. Hierdoor veranderen je hersenen en kan je leesvaardigheid ook veranderen.

Deze verandering heeft met name invloed op je werkgeheugen. Hierin kun je een paar seconden lang informatie opslaan. En deze opslag heb je nodig om tekst te kunnen begrijpen. Je moet immers onthouden wat je net hebt gelezen. Uit de onderzoeken van Klingberg blijkt dat je op de piek in je leven (tussen de 25 en 35 jaar) ongeveer 7 items kunt opslaan. Maar dit kan tot 4 items dalen als je ouder wordt. Of een ziekte als diabetes krijgt. Of – dames – als je bijvoorbeeld in de menopauze komt.

Maar er is nog iets. Niet alleen verandert je leesvaardigheid onder invloed van het ouder worden van je hersenen, ook blijkt dat je leesvaardigheid per moment sterk kan wisselen. Zo kan je leesvaardigheid drastisch afnemen als je tijdens het lezen bijvoorbeeld aan het autorijden bent. Het lukt je dan ineens minder goed om een tekst te begrijpen die je thuis op de bank wel makkelijk kunt begrijpen.

Dat is wel interessant. Want dat betekent dat als je weet wat iemand doet als hij je tekst leest, je daar rekening mee kunt houden.

Maar eigenlijk is het meteen ook zinloos. Want hoe weet je nou wat jouw lezer doet als hij je tekst leest? Dat weet je bijna nooit. Misschien kun je bij een paar teksten een inschatting maken. Bijvoorbeeld bij verkeersborden. Of bij een wc-kalender.

‘Wilt u alstublieft deze tekst lezen en begrijpen.’

Ik begin de uitspraak steeds beter te snappen.

Het is geen opdracht van de schrijver aan de lezer.

Het is een smeekbede.

 

I wish I could work in The Netherlands

Vandaag was mijn dag. Dat wil zeggen: vandaag mocht ik mijn lezing geven tijdens PLAIN 2013. Nu geef ik niet dagelijks lezingen in het Engels, dus ik was op z’n zachtst gezegd een tikkeltje nerveus. Maar gelukkig kwam iedere zin aardig mijn mond uit en hoefde ik niet heel lang na te denken over de formulering van antwoorden op vragen.

Sterker nog, mijn lezing kreeg ik een luid applaus ontvangen. En direct erna kreeg ik een uitnodiging om op een congres in Azië te spreken en om een bijdrage te leveren aan een boek dat in Nieuw-Zeeland verschijnt.

Waarom sloeg mijn lezing zo aan? Uit de talloze reacties die ik van de toehoorders na afloop kreeg, bleek dat twee zaken ze erg had aangesproken.

1. De lezing ging over het klaarmaken van een grote organisatie voor heldere taal.

Veel van de verhalen tijden PLAIN 2013 gaan over het herschrijven van teksten, het opnieuw inrichten van documenten en de manier waarop lezers lezen. Behoorlijk op microniveau dus. Het verhaal dat ik van Loo van Eck vertelde, ging over iets anders. Iets groters. Het ging over de stappen die je moet zetten om een grote organisatie voor te bereiden op een andere manier van communiceren. Hierbij introduceerde ik 7 stappen.

1. Van droom naar gedrag (hoe je kernwaarden naar een communicatieve stijl vertaalt)

2. Het management aan het dromen krijgen (hoe je de managers aanpakt)

3. De organisatie geschikt maken voor de droom (hoe je de processen aanpakt)

4. De medewerkers aan het dromen krijgen (hoe je de internal branding regelt)

5. Het MT en de medewerkers zo opleiden dat ze de droom kunnen waarmaken (hoe je het opleidingsplan inricht)

6. Meten (hoe je zorgt voor nazorg)

7. Genieten (hoe je ervan kunt genieten)

De aanwezigen vonden dit razend interessant. Al snel merkte ik dat veel van de aanwezigen nog nooit een grote organisatie hebben meegenomen in zo’n verandering. Vaak richten zij zich op het alleen maar aanpassen van teksten in plaats van op het veranderen van gedrag.

Het grappige is ook dat je direct na afloop de vraag krijgt welke formule ik gebruik. Waar heb ik die vandaan? Uit welk boek? Welke hoogleraar heeft hierover geschreven? Het antwoord is eenvoudig: alles komt uit de praktijk van Loo van Eck. Een combinatie van gezond verstand, ervaring en kennis van zaken.

2. Mijn verhaal gaf een antwoord op het probleem waarmee bijna elke aanwezige worstelt

De tweede reden waarom mijn verhaal aansloeg, heeft te maken met een dieper probleem bij de PLAIN-community. Neil James, de Australische Vice-president van PLAIN stipte dit aan tijdens zijn lezing. Hij maakte duidelijk dat de wereld van de professionals die met Plain language bezig zijn erg versnipperd is. Deze community bestaat namelijk uit technische schrijvers, juristen, document designers, editors, et cetera. Zij werken allemaal op hun eigen manier. James startte een poging om er een eenheid van te maken. Het doel daarvan is dat ze:

– beter georganiseerd zijn;

– een echt vak van het werken aan plain language kunnen maken;

– meer macht krijgen om zaken daadwerkelijk te veranderen;

– uiteindelijk ook zelf meer geld eraan kunnen verdienen.

Het grappige is dat wat deze community wil, Loo van Eck eigenlijk al doet. Wij zijn succesvol in wat we doen. En dat maakt deze groep enthousiast. Ze zien dat het wél kan. Geloof me, voor de aanwezigen in de zaal, was het alleen al ongelofelijk dat wij in zo’n klein land met 50 betaalde professionals kunnen werken aan heldere taal.

‘Fifty people?’ zei een toehoorder. ‘Really? Fifty? That is hard to imagine. In Canada it would be unthinkable. It won’t even be possible for five people to make money out of it. In this country nobody knows what Plain language is.’

En tot slot verzuchtte ze: ‘I wish I could work in The Netherlands.’

Ik geloof dat minimaal vier mensen dit tegen mij hebben gezegd.

Framing

Ook tijdens dit congres duikt het woord overal op: framing.

Een paar jaar gelden hoorde ik er nooit iemand over. Nu hoor ik het elke week een paar keer.

Altijd als ik een nieuwe term hoor, ben ik nieuwsgierig. En ongerust. Wat heb ik nu weer gemist? Gelukkig valt het altijd mee…

Framing is niets anders dan een overtuigingstechniek. In deze techniek formuleer je de informatie zo dat de lezer er het meest vatbaar voor is.

Tijdens de conferentie werd het volgende voorbeeld gegeven.

Beef that is 75% lean (a healthy gain)

Beef that is 25% fat (an unhealthy gain)

Het eerste voorbeeld spreekt de lezer meer aan dan het tweede voorbeeld, omdat het eerste positief is.

Ik moest daarbij direct denken aan een voorbeeld dat ik bij de woningcorporaties altijd gebruikte. Het ging daarbij om een brief die een huurder ontving op het moment dat hij zijn huur opzegde. In deze brief stond het volgende:

U moet uw woning in de oorspronkelijke staat terugbrengen. Doet u dat niet, dan dient u
€ 500 te betalen.

Tijdens mijn training legde ik uit dat dit vriendelijker kan, zonder dat je de boodschap verandert. Ik gaf deze herschrijving.

U moet uw woning in de oorspronkelijke staat terugbrengen. Hiervoor heeft u twee mogelijkheden.

1. U brengt de woning zelf weer in de oorspronkelijke staat. Dat is de goedkoopste oplossing.

2. U laat ons de woning in de oorspronkelijke staat terugbrengen. Dat is voor u de makkelijkste oplossing. Hiervoor hebben wij een offerte gemaakt. Als u voor deze optie kiest, kost u dat € 500.

Het verschil? In de eerste versie wordt er gedreigd met een boete. In de tweede versie bied je de lezer een keuze aan. Op een neutrale manier.

Dit voorbeeld gebruikte ik in 1997. Ik wist toen niet wat framing was. Gelukkig blijkt het alleen maar een etiket te zijn op wat wij in die tijd allang deden.

 

Specialisten

‘But what kind of people work at Loo van Eck? Legal experts? Lawyers?’

Die vraag wordt mij tijdens het congres meerdere malen gesteld.

Vreemd?

Ja, wel als je weet dat er bij ons vooral veel communicatiewetenschappers en Neerlandici werken.

Maar vanuit buitenlands perspectief is het niet vreemd.

In veel landen waar aan heldere teksten wordt gewerkt, wordt dit niet gedaan door taalspecialisten of communicatieprofessionals. Het zijn meestal inhoudelijke specialisten die zich hebben bekwaamd in het schrijven.

Eerder noemde ik al Joe Kimble, de Amerikaanse professor die aan een rechtenfaculteit wetten herschrijf. Maar ook sprak ik veel ‘technical writers’. Mensen die vanuit een technische functie (in de IT of Engineering) handleidingen en andere teksten schrijven.

Het is voor hen nieuw dat er ook specialisten op taal- en schrijfgebied zijn die voor dit vak hebben doorgeleerd. En die – daarvan ben ik overtuigd – dit vak ook vaak beter kunnen dan ingewijde vakspecialisten.

Slobbertrui

Wat een feest als je op een receptie staat en iedereen heeft het over taal.

Tenminste, als je een taalnerd bent. Nu moet ik zeggen dat ik mezelf niet direct zo zie, ondanks mijn studie Nederlands. Maar met allemaal taalnerds om me heen, komt blijkbaar mijn eigen taalnerderigheid (is dit een woord?) vanzelf naar boven. Dus voor ik het weet heb ik talloze geanimeerde gesprekken over laaggeletterdheid. Over helder schrijven. Over de problemen met tekststructuren. Werkwoorden. Zinslengte. Interpunctie. En het ergste is: ik vind het nog leuk ook!

Zo raak ik ook verzeild in een gesprek met een echte Amerikaanse oldtimer over readability en illiteracy. Deze man, William H. DuBay (Amerikanen hebben een gekke voorliefde voor een tussenletter in hun naam) is al dertig jaar bezig met heldere taal.

En hij heeft een missie. Ook al is hij gepensioneerd en woont hij het ene half jaar in een schilderachtig huisje aan het water bij Seattle (waarbij hij me maar meteen uitnodigde om langs te komen) en het andere half jaar in Hong Kong.

William H. Dubay wil het volk verheffen. En als hij dan toch bezig is, dan ook maar meteen de sociale en politieke situatie in Amerika verbeteren. Want, zo zegt hij, de acties van de Tea Party die hebben geleid tot de huidige melt down van de Amerikaanse overheid zijn nazipraktijken. Híj daarentegen is een echte socialist. Die haarscherp ziet dat het volk ongeletterd wordt gehouden om goedkope arbeidskrachten te houden. Laaggeletterdheid is daardoor niet een probleem van het onderwijs, maar van het Ministerie van Economische Zaken.

De enige andere Nederlandse aanwezige op dit congres komt voorzichtig bij me informeren (in het Nederlands uiteraard) of ze me moet redden van deze socialistische Amerikaan. Maar ik vermaak me opperbest. Afgezien dat William H, Dubay een tikkeltje doordraaft en af en toe wat eten op mijn blouse spuugt, is hij uitermate vriendelijk.

Vriendelijk. Dat is wel het kernwoord. Al deze mensen die met taal bezig zijn, zijn vriendelijk. Ze hebben het beste met de wereld voor. Met de ongeletterde medemens. Het is dat geitenwollensokken zelfs bij de sociale medemens uit is, maar anders zouden er een heleboel paren in één ruimte te vinden zijn op de 35e verdieping van het Coast Plaza Hotel in Vancouver.

Voor mijn vertrek had ik een net pak in mijn koffer gestopt. Om aan te doen tijdens mijn workshop.

Misschien is een spijkerbroek en een slobbertrui een beter idee.